header
Home Over mij
Uitrusting
Tips & Tricks
Blog

Midden en Zuid Spanje 2006
22 juni t/m 15 juli 2006. Afstand: 2095 km

De Route
Hieronder is een kaartje met de gereden route te zien. Ik ben gestart in Madrid. Vervolgens ben ik naar het noord-westen gereden. De Sierra de Gredos ben ik via de Collado de Seranillos doorgestoken. Toen volgde de Sierra de Guadalupe en vervolgens na een stuk vlakke meseta bereikte ik Cordoba. Vanaf Cordoba fietste ik verder door naar het Zuiden tot aan de Costa Del Sol, Malaga. Toen ben ik weer het binnenland ingetrokken naar Granada, Guidax en Carzola . Dit traject was erg mooi en afwisselend. Nadat ik de Sierra de Alcaraz had doorkruist lag er weer een wijds, golvend landschap voor me, de Meseta. Het land van Don Quijote.Ik besloot om nog even een ommetje naar Toledo te maken en toen fietste ik weer terug naar de hoofdstad van Spanje; Madrid.


Midden en Zuid Spanje

Na een twee uur durende vlucht, land ik op het vliegveld van Madrid. Er is net omgeroepen dat het zonnig is en 35 graden. Bij de bagageband informeer ik waar de "oversized luggage" wordt gedropt. Op de lopende band begrijp ik. Na enkele minuten zie ik inderdaad mijn fiets op de band liggen. Nog netjes verpakt en bij het uitpakken blijkt alles in orde te zijn. Na een uurtje fiets ik het vliegveld af. Eenmaal buiten rits ik snel mijn broekspijpen af. Het is warm! Ik fiets over een verlaten weg richting het noorden. Ik vraag me af of ik wel de goede kant op ga. De drukke stad heb ik verlaten en nu volg ik de bordjes "Authorios North" (ofzo?!). Geen idee waar het naartoe gaat. Uiteindelijk kom ik uit in Alcoheudas. Vanaf hier ligt er een fietspad. Helemaal tot Colmenar Viejo. Een fietspad voor mij alleen. Ik kom slechts 2 wielrenners tegen. Maarja, wie gaat er ook fietsen bij temperaturen van boven de 40 graden. De eerste dag, en een camping is al moeilijk te vinden. De eerste camping die ik tegenkom, is echter opgeheven. Het hek zit op slot. 20 kilometer en een zware klim verder is nog een camping. Hier staat een bord "Camping Complete". Toch maar even proberen. Ik heb een klein tentje dus er zal vast nog wel een klein plekje zijn waar ik kan staan. Maar nee, ze sturen me weg. Er is geen plek voor een vermoeide, bezwete fietster. Voordat de schemer intreedt, vind ik gelukkig nog een plekje langs een gravelweg. Net voor Nacacerrada. Geen verfrissende douche vandaag. Helaas, morgen hopelijk beter.




Na een bezoekje aan Avila, fiets ik de Sierra de Gredos tegemoet over de AV913. Moe en uitgehongerd kom ik eindelijk op een camping aan in Embalse de Burguillo. Vroeg gaan slapen is helaas niet mogelijk. Mijn spaanse buren hebben hun kleine kind piepschoentjes aangedaan. Het maakt net zo'n geluid als van een honden-speeltje. Ook na elf uur 'savonds is het kind nog fanatiek aan het rondrennen. Een paar oordoppen zou handig zijn.
Het is flink klimmen geblazen om over te Sierra de Gredos te geraken. De Collade de Serranillos is 1590 m. Om me heen zie ik dat er niet zo lang geleden een flinke brand is geweest. De bomen zijn dood en zwart afgebrand. Ik ben op weg naar Arenas. Een gezellig plaatsje met veel terrasjes. Het is een mooi gebied hier. Ik ben een uur bezig om mijn fiets naar boven te duwen tegen de steile weg omhoog bij een temperatuur van 42 graden. Blij als ik kan afdalen. Aan het eind van de dag zie ik een mooi plekje voor de tent. Het blijkt niet zo'n goed idee want het ligt er bezaaid met harde, puntige dennennaalden. Deze zullen vast door mijn grondzeil heen prikken bedenk ik me. Ik fiets dus toch maar weer verder naar Candeleda. Daar is zeker weten een camping. Dat is mij tenminste verteld door een aardige mevrouw die me in Arenas aansprak. En jawel, er is een camping en die is nog open ook.




Na een stuk door het golvende landschap van de Meseta, waar heel veel ooievaars zitten, zie ik de Sierra de Guadalupe voor me liggen. Het plaatsje Guadalupe ligt midden in dit ruige berggebied. Het is een bedevaartsdorp. Er staat een gigantisch klooster. Erg indrukwekkend. Het plaatsje zelf is ook zeer fraai met de smalle, steile straatjes. De camping bij Guadalupe is helemaal leeg. De campinghouder moet dan ook lachen wanneer ik lollig vraag waar ik mijn tentje mag opzetten. "Anywhere!! De weg naar Embalse de Garcia de Sola is in aanleg. Op het moment dat ik er fiets, is het een stoffige, gravelweg. Even waan ik me weer in Australie. Zeker omdat het uitzicht wijds is en de hemel zo blauw. Eenmaal bij het stuwmeer zoek ik verkoeling in het lauwe water en eet ik wat fruit dat ik net op de markt in Valdecabalerros heb gekocht. De weg volgt globaal het meer en even later steek ik over via de stuwdam. Bij de dam ligt een camping. Er werkt een Nederlandse. Ik ben blij dat ik weer even een gesprek kan voeren want de laatste dagen hebben erg weinig kunnen praten aangezien mijn Spaans niet verder reikt dan Gracias, Si en No.
Er volgt weer een golvend landschap. Geen plek om de schuilen tegen de zon. Af en toe een klein, wit dorp wat je van verre al ziet liggen. Meestal ligt het schuin tegen een heuvel. Het gebied rond Embalse e la Serena is erg bijzonder. Kale, gele heuvels en een blauw meer. Ik fiets recht op een pyramide-berg af en net voor de berg splits de weg zich. Aan de andere kant komen de twee banen weer bij elkaar en gaat de weg verder. Geinig! Het barst hier van de sprinkhanen. Ze springen weg wanneer ik eraan kom. Maar niet allemaal op tijd. Ze kraken onder mijn wielen en ik hoor het getik wanneer ze tussen mijn spaken springen. Heel af en toe lift er eentje mee.


 Zo'n 50 kilometer voor Cordoba moet ik over de N432, een rode weg op de kaart. Tot nog toe ben ik alleen maar over de gele of witte wegen gereden. Dit is een vrij drukke weg en ik vraag me af of ik er wel mag fietsen. Ik heb nog geen borden "verboden voor fietsers" gezien dus het zal wel. De weg gaat licht omhoog. Op een gegeven moment zie ik en zijweggetje en dat neem ik ook. Dit weggetje gaat door een Parque Linares. Wel weer flink klimmen maar de afdaling maakt veel goed. Cordoba ligt beneden aan de rivier Guadalquivir. De camping aldaar is belachelijk duur. Ze hebben hier een vast tarief; 1 plek = 2 personen, auto en tent. Eigenlijk moet je ook nog voor een fiets betalen maar dit laat ze achterwegen. Wanneer ik mijn plaatsje zie moet ik wel een beetje lachen. Het is net een parkeervak langs het pad. De rotspennen moet ik met alle macht in de keiharde, stoffige grond slaan. Er is geen grassprietje te bekennen. Sommige plekken zijn overdekt met een gaasdoek tegen de zon. Ik ben vroeg aangekomen dus heb ik de hele middag om de stad te bekijken. De oude stad is erg mooi. Ten Zuiden van Cordoba is veel landbouw; graan, druiven en olijfbomen. Het is heel fijn fietsen hier en ik voel me relaxed. Weldra zal ik Andalucia inrijden.


Cordoba

Vanaf Aquilar neem ik de CP101. Het is voor mij een sport geworden om de kleinste weggetjes te nemen en dan toch niet verkeerd te rijden. Dit is zo'n weggetje. Tientallen kilometers kom ik niemand tegen. En dan is er plots een dorp. Elk dorp in Spanje heeft een plein met rondom bankjes. Vaak kies ik een bankje uit in de schaduw waar ik mijn lunch nuttig. Het valt me altijd op dat er voornamelijk oude mannen op de bankjes zitten. Ze eten zonnebloempitten. Onder ieder bankje zie je dan ook een verzameling van schilletjes liggen. Een keer was er slechts een bankje in de schaduw. Ik zat daar dus mijn brood te eten. Op een gegeven moment komt er een oude man naast me zitten. En nog een en evenlater zat ik met 7 oude mannetje bij het bankje.
De weg waar ik op fiets, is pas opgeknapt. Het asfalt is nog heet en slingert als een zwarte streep door het heuvellandschap Een auto passeert me en stopt. De man vraagt of ik "aqua" nodig heb. Ik heb voldoende water bij me dus ik sla het aanbod af. De auto keert op de weg en rijdt terug. Wat is dit nu? Kwam hij helemaal water voor mij brengen? Hij zal me in het laatste dorp wel voorbij hebben zien gaan. Die lange, afgelegen, hete weg oprijden. Hij zal gedacht hebben: "Waar gaat zei naartoe op het heetste uur van de dag met de fiets?!" Oke, het is heet en het dorp ligt 25 km terug maar ik weet wel wat ik doe. Maar als ik had geweten dat hij speciaal voor mij water kwam brengen, had ik het wel aangenomen.



Dat ik nu in Andalucia ben is me duidelijk. Ik ben inmiddels 4 mega-borden voorbij gereden met de vermelding "ANDALUCIA". Vanaf Antequera weet ik weer een schitterend weggetje te vinden, zigzag omhoog over de Torcal de Antequera. De C3310. Eenmaal boven op 1200 m, daalt de weg heel langzaam richting Malaga. Een geweldig berggebied. Diep beneden loopt een riviertje, nu nog maar een dun stroompje. Langsheen groeien roze Oleanders. Eenmaal bij een kruising zie ik dat mijn weg afgesloten is en dat er een omleiding rechtaf wijst. Oeps! Moet ik daar omhoog? Met veel moeite duw ik de fiets vooruit. Na elke 10 meter sta ik te hijgen als een paard. Mijn armen doen zelfs pijn. Een uur later sta ik bij een T-splitsing. Wat nu? Rechts of links. Na een kwartier komt er een auto van links. Ik hou hem aan en vraag de weg naar Malaga. Linksaf dus.




Via de C345 verlaat ik Malaga. Mijn plan om een stuk langs de Costa's te fietsen heb ik laten varen. Mij te druk. Nu fiets ik dus het binnenland weer in en dat betekend klimmen. Naar Colmenar. Een mooie klim. Er passeert mij een groep motoren tijdens de afdaling. Wel 100 stuks. Wat een herrie! Ik ben op weg naar Granada. Daar zal ik een rustdag nemen om La Alhambra te bezoeken en door de gezellige winkelstraten te slenteren.
Ik ontmoet een spanjaard op de fiets. Aan zijn bagagedrager hangt een zelfgemaakte tas. Het model heeft die afgekeken van Ortlieb backroller. Van zijn zelfontworpen voordragers breekt een stuk af wanneer hij ze vol trots demonstreerd aan mij. Hij is helemaal gefascineerd door mijn fiets. Hij heeft zelf ook een fietsreis door Spanje gemaakt. Ik pak de landkaart erbij en al snel ontdekken we het weggetje naar de Pico Veleta. Ik zeg hem dat hij dat eens moet proberen nu hij hier toch enkele weken zal blijven. Aan zijn reactie zie ik dat hij dat waanzin vindt. Ik laat de Sierra Nevada deze trip rechts liggen. Het weggetje naar de Pico zal ik misschien ooit nog wel eens gaan fietsen maar nu heb ik daar geen tijd voor.(deze heb ik in 2010 gefietst)




Het gebied tussen Granada en Guadix is het meest fascinerende van de hele reis. Je waant je in de Pyreneen, Texas en de Grand Canyon. Dit moet je zelf zien want het is niet te omschrijven. Plots springen er 8 steenbokken over de weg. Slechts 10 meter voor me. Ze springen soepel de rotsberg op. De mensen wonen hier letterlijk in de bergen. Ze hebben ruimtes in de berg gehakt. In Purrulena zie je overal schoorstenen en antennes uit de berg steken. Erg grappig. Wanneer ik Guadix wil verlaten, heb ik een probleem. Er ligt een Autovia: verboden voor fietsers! Ik probeer een lift te krijgen maar na een 20 minuten zonder resultaat stap ik toch op de fiets en waag me de snelweg op. 1 km. verder stop ik bij een restaurant en informeer of dat gravelpad naast de snelweg niet toevallig naar Baza gaat, of i.i.g. naar Baul want daar moet ik heen. Ik word niet veel wijzer. Mijn gevoel zegt me het gravelpad te nemen. Het pad wordt slechter en gaat op een gegeven moment de snelweg onderdoor. Het schiet niet op zo. Ik moet steeds dalen en klimmen en 20 meter naast me ligt die mooie, gladde snelweg. Maar dit pad vraagt om avontuur . Nog een keer daal ik diep een rivierdal in en na de klim kom ik uit waar ik wezen moet. Ha, dat heb ik mooi geflikt. Over die 25 km heb ik wel ruim 3 uur gedaan.




Voorbij Cazorla ligt een mooi natuurgebied waar veel Spanjaarden vakantie vieren. Na een flinke klim naar 1290 meter daal ik af naar Rio Guidalquivir en vervolgens volg ik deze langs het stuwmeer. Mooi groen gebied. Vanaf Hornos neem ik de JF7016 naar Siles. Nog meer zuidelijk ligt Sierra de Alcaraz. Hier vind ik ook weer een mooi weggetje omhoog. Op de kaart staat dit weggetje als slecht begaanbaar maar voor de fiets valt het best mee. Er rijden i.i.g. geen auto's. Wel zie ik gele, blauwe en oranje gekleurde vlinders die opvliegen wanneer ik voorbij fiets. Eenmaal op 1480 meter bevind ik me op een hoogvlakte. Wat kan een landschap snel veranderen. Ik geniet van de rust en de stilte. Alhoewel het niet stil is want je hoort constant die krekels. Soms doet het zelfs pijn aan je oren. Het lijkt wel of ze een wedstrijdje doen: wie het hardste kan tjilpen.
Op de camping in Penascosa kom ik twee fietsers tegen. Nederlanders! Hoe is het mogelijk. De hele reis heb ik nog geen vakantiefietsers gezien. Deze mensen maken een tocht door Frankrijk, Spanje en Portugal. Hier hebben ze 5 maanden de tijd voor. Ik ben jaloers!




De gebergtes heb ik achter me gelaten. Voor me liggen nog wat heuvels en dan zal het gedaan zijn met het klimmen. Nu ben ik blij maar een dag later fiets ik als een wezenloze over de vlakke, hete, rechte weg naar Socuellamos en hoop ik in de verte toch nog een berg te ontdekken. Maar helaas. Druiven, druiven en nog eens druiven. Ik heb mijn MP3 speler maar opgezet want dit is saai. Met de beat van DJ Tiesto is het wat prettiger fietsen.Bij Mota del Cuervo staat een groepje molens. Ha, afwisseling. Na een korte stop en wat gegeten te hebben, besluit ik om nog een ommetje naar Toledo te maken. Het einde van de dag nadert maar ik heb nog steeds geen slaapplaats gevonden. Ik kan moeilijk mijn tentje tussen de druivenplanten opzetten! Mijn benen draaien mee op het tempo van Bon Jovi's 'Have a nice day'. Het wordt al donker maar ik ga door. In Villacarnas kom ik tot stilstand. Ik heb nu al 175 km op de teller staan.  Vanavond slaap ik in een hotelletje. Dat heb ik wel verdiend!




Het eindpunt komt in zicht. Vanuit het zuiden nader ik Madrid. Ook hier ligt een mooi fietspad. Net voor de grote stad stopt het en moet ik het zelf uitzoeken. Na veel dwalen, zoeken en verkeerd rijden, bereik ik toch Plaza Mayor. De camping van Madrid ligt vlakbij het vliegveld. Ik breng twee dagen door in Madrid en stap dan op het vliegtuig terug naar Schiphol. Alles verloopt goed en eenmaal in Nederland, merk ik dat het hier ook mooi weer is. Vanaf Schiphol fiets ik de 55 km terug naar huis.