header
Home Over mij
Uitrusting
Tips & Tricks
Blog

Australie 2001/2002
9 december 2001 t/m 9 juli 2002. Afstand: 12.535 km

Al een aantal jaren liep ik met het idee rond om ooit een grote fietsreis te maken. Ik had echter nog niet de lef om dit echt te gaan doen. Toen mijn broer klaar was met zijn opleiding, vertelde hij dat hij naar Australie wilde voor langere tijd om daar te gaan rondreizen. Al snel stelde ik voor om samen te gaan. Hij wilde naar Australie, ik wilde fietsen. En zo ontstond het plan; een fietsreis door Australie. Dus reisplannen gemaakt, ticket gekocht, baan opgezegd, auto weggedaan, woning verhuurd, visum en verzekering geregeld en 4 maanden later namen we het vliegtuig naar de andere kant van de wereld.

De Route
We zijn gevlogen naar Sydney en daar begint dus ook onze tocht. De route hebben we linksom gefietst. Dus eerst naar het zuiden naar Melbourne. Toen naar Adelaide en vandaar de Outback door. In Darwin hebben we een vlucht genomen naar Cairns. En vanaf Cairns zijn we langs de kust weer teruggefietst naar Sydney. De hele route is 12.535 kilometer lang.


Australie verslag en foto's

Zondag 89 december 2001 vliegen we naar Australie. Een groot avontuur staat ons te wachten. De vliegreis ernaar toe duurt lang en is vermoeiend. 36 uur, twee overstappen en 5 vliegtuigmaaltijden later landen we in Sydney. We lopen door de poort van “Nothing to declaire” maar worden vervolgens aangehouden. Michael moet zijn handbagage laten zien. En wat blijkt: hij heeft een paar boterhammen in zijn tas en dat moet je aangeven. Gelukkig doet de douanier niet erg moeilijk en mogen we doorlopen.
We nemen een taxi-busje naar het centrum van de stad en ploffen neer op het stapelbed in een van de vele hostels. De prijs is gemiddeld $18 p.p.p.n. en dan slaap je op een kamer met 8 personen. Het is een grote bende in de kamer. Overal liggen kleren, tassen, voedingswaar, mobiele telefoons en zelfs portomonees. Het is echter voor een paar dagen en dan zijn we weg hier.

Sydney is met 4 miljoen inwoners een van de grootste steden van de wereld. 20% van de Australische bevolking leeft en werkt hier. Sydney ligt aan een enorme, natuurlijke haven geflankeerd door parken, een dierentuin en een mooie historische wijk; De Rocks. De stad van het Opera House, de Harbour Bridge, de Harbour en de vele gezellige en drukke winkelstraten. Sydney is een multiculturele stad. Vooral de japanners en chinezen zijn goed aanwezig met hun vele aziatische eetgelegenheden waar je heerlijk en goedkoop kan eten. Vijf dagen verblijven we in een backpackers hostel midden in het centrum. We bezoeken de dierentuin en Bondi Beach en raken snel gewend aan het “No Worry’s Life” In een van de slechts twee fietsenzaken die we kunnen vinden kopen we beiden voor $750 een Mountainbike. Hopelijk kunnen deze fietsen de reis doorstaan. Michael koopt er ook een Bob-trailer bij waar hij zijn rugzak op kan leggen. Ik heb mijn zijtassen uit Nederland meegenomen. De verkoper raadt ons aan ook een helm te kopen want hier geldt de helmplicht. Aangezien ze erg streng zijn moeten we er maar aan geloven.

Het regent pijpenstelen wanneer we 's ochtend svroeg om 6.00 uur vertrekken op de fiets. We vertrekken zo vroeg om de drukte voor te kunnen zijn. Het is vaak een ramp om met de fiets de stad uit te komen. Het drukke verkeer, het feit dat er geen fietspaden zijn en de onduidelijke wegwijzers die je richting snelweg sturen stellen je stressbestendigheid erg op de proef. We fietsen richting Parramata over de drie-baansweg. De regen komt met bakken uit de lucht en het water stroomt als een rivier over de weg. Hierdoor merk ik de diepe geul langs de stoeprand niet op. Ik beland languit in op de weg. De schade valt gelukkig mee op wat schaafwondjes na. Een goed begin is het halve werk! Voorbij Paramata rijden we over de Great Western Highway naar Penrith. Na 50 km zijn we eindelijk de drukte uit. Penrith ligt aan de voet van de Blue Mountains maar daar gaan we nu niet heen. We slaan linksaf richting het zuiden. Het landschap is plots heel anders; een stille weg, groene heuvels en we zien de eerste kangoeroes. Ze kijken ons nieuwsgierig na. 's Avonds mogen we bij boer George op het land kamperen en worden we uitgenodigd voor een kop koffie. George en Suellen zijn zeer enthousiast als ze horen van onze plannen.

De volgende ochtend is het gelukkig droog. Nu ziet Australie er heel anders uit. De lucht is mooi blauw en de zon zorgt ervoor dat de temperatuur snel stijgt. Vanaf Moss Vale nemen we de Hume Highway naar Goulburn. In Australie mag je vrijwel overal fietsen. Ook op de Highway en dat is best te doen want buiten de grote steden is er zeer weinig verkeer en er is een brede vluchtstrook. Langs de weg ligt regelmatig een karkas van een aangereden kangoeroe. De geur die hier van afkomt is verschikkelijk. Het is dan ook zo dat we hem eerst ruiken en dan pas zien.
Aan de rand van Goulburn staat een enorm grote ram van beton. 97 ton weegt dit beestje. Het is een monument van de Merino Whole industry. De Federal Highway naar Canberra ligt langs Lake George. Omdat de temperatuur tegen de 40 graden loopt, verheugen we ons op een verkoelende duik. Helaas gaat dat feest niet door want het meer staat helemaal droog. Er is een wijds uitzicht over het dorre gebied. Hier en daar grazen wat koeien. We bereiken Canberra en hebben inmiddels 355 kilometer op de teller.


Canberra is de hoofdstad van Australie met 313.000 inwoners. Volgens een aborigonal taal betekent Canberra ontmoetingsplaats. Meer dan 70 ambassades zijn hier gevestigd. Het is echter geen grote stad. Brede wegen, veel groene parken en moderne architecture zijn opvallend voor deze stad. De stad wordt in tweeen gedeeld door Lake Burley Griffin, een kunstmatig aangelegd meer, waarlangs een fiets- en wandelparcour ligt. We verblijven hier twee nachten.Vanaf de 195 meter hoge Telstra Tower op de Black Mountain (812 m), net buiten de stad, hebben we een prachtig uitzicht op Canberra en omgeving. De volgende dag gaan we een stevige wandeling maken bij de Ginninderra Falls. Deze liggen ten Noord Westen van Canberra in een groot natuurgebied. De Murrumbidgee River stroomt hier doorheen.
40 kilometer ten zuiden van Canberra ligt het Namadgi National Park aan de noordkant van de Australische Alpen. We rijden over een gravelweg door dit bergachtige park. Af en toe hebben we een spectucalair uitzicht. Als we eenmaal op het plateau op zo'n 1200 m zitten, is er een heuvellandschap. Alles ziet er een erg dor uit. Op een gegeven moment zien we vanaf Lake Eucumbere de Snowy Mountains liggen met sneeuw op de toppen. De bergen zijn zo'n 2000 meter hoog. Het water in Lake Eucumbere en Lake Jindabyne is het schoonste water van Australie. Het komt rechtstreeks uit de bergen. Er wordt veel gevist op regenboogforel.

In Jindabyne nemen we een fietsrustdag om te gaan wandelen vanuit het wintersportplaatsje Thredbo. Via een steeds steiler wandelpad klimmen we naar de top van het gebergte. De laatste 6 km naar Mount Kosciuszko lopen we over een metalen boardwalk. Het is de hoogste berg van Australie, 2228 meter. Op de top is het verschikkelijk koud en er staat een stevige wind. Hier en daar ligt nog wat sneeuw. Het uitzicht is adembenemend. Met de skilift gaan we weer terug naar Thredbo. Iemand verteld ons dat er vorig jaar een aardverschuiving is geweest. Een aantal huizen zijn toen bedolven onder het puin.


Het is eerste kertsdag maar we merken er weinig van. Ze vieren de kerstdagen hier op het platteland, niet zo uitbundig als in Nederland. Om toch een beetje een kerstgevoel te krijgen, zet ik mijn kerstmuts op. We trekken verder naar het zuiden over de Barry Way. Deze 100 kilometer lange gravelroad slingert zich door de bergen van Kosciuszko National Park (ook wel Snowy Mountains N.P. genoemd) Het park wordt overheerst door Eucalypthusbomen. Na een nachtje in "the wild" ontdek ik een gigantische spin in mijn tas. Hij heeft een plat rosekleurig lijf en grote harige poten. Hij richt zijn voorpoten en kaken dreigend op als ik hem met een takje wil verwijderen. De weken daarna kom ik nog een aantal malen in aanraking met dit monster. Later lees ik  dat het om een Huntman Spider gaat. Deze Huntsman spider, die veel voorkomt in Zuid-West Australie, ziet er eng uit maar echt gevaarlijk zijn ze niet. Na een beet kan je hooguit wat irritatie oplopen.

 
 
Bij het verlaten van het park ligt er een lange afdaling voor ons maar ook een pikzwarte lucht. We krijgen een flinke regenbui over ons heen. Onder een grote boom, vergezelt door 85 schapen, vinden we wat beschutting. De dirt-road verandert nu in echt in een dirty road. Wanneer we weer verder fietsen over de glibberige weg, vliegen de baggerspetters ons om de oren. Even later gaat het opnieuw regenen. Pas kilometers verder zien we een huisje waar we onder het afdakje bij de deur kunnen schuilen. Het huis ziet er oud en verlaten uit. Aan de muur hangen allerlei voorwerpen zoals gereedschappen, poppen, kranten, schoenen en schedels en botten van dieren(hoop ik). Er staan een aantal auto- en motorwrakken. Ook hangt er een verroeste fiets in de boom die overigens vol hangt met rotzooi. Er lopen wat kippen rond. Wat voor 'stranger' woont hier? 

Bij Lakes Entrance bereiken we de kust. We wanen ons in een totaal andere wereld. Lakes Entrance is erg touristische. Het is bezaaid met caravanparks en midgetgolf. Zoeken naar een camping hoeft dus niet maar zoeken naar een plekje des te meer. De campings zijn overbevolkt.
We gaan even kijken bij de Ninety Miles Beach. Een schitterend strand, maar je mag alleen tussen de twee rood/gele vlaggen het water in die slechts 25 meter van elkaar verwijderd staan. Dit in verband met de sterke stroming en haaien.
 
Na een rustdag trekken we verder. Het gebied waar we ons nu bevinden heet Gippsland. Het is een heuvelachtige omgeving met veel meren, veeteelt en kleine dorpjes. De Princes Highway verbindt Bairnsdale met Melbourne maar omdat deze weg erg druk is, kiezen we voor de kleinere wegen. Zo belanden we in het Tara-Bulga National Park. Een schitterend park met tropische plantengroei. Er staan varens van wel 4 meter hoog.
In Cannons Creek, een klein plaatsje vlak voor Frankstone, hopen we een kampeerplekje te vinden. Het valt niet mee omdat alles prive-grond is en dus met hekken afgezet. Uiteindelijk biedt de eigenaresse van de "buurtsuper" aan dat we in haar achtertuin mogen overnachten. We mogen gebruik maken van haar douche en toilet. Ook de volgende ochtend laat ze de deur open voor ons terwijl ze zelf weer naar de winkel gaat. De mensen zijn hier erg goed van vertrouwen.
 


Er staat een flinke storm wanneer we Melbourne in rijden. Vanmorgen had het zelfs even gehageld. Melbourne is de twee na grootste stad in Australie met 3,3 miljoen inwoners. Het is een stad van vertier vooral op gebied van sport- en muziekactiviteiten. Er zijn veel shopping centra en er is een mooie skyline. Qua oppervlakte is Melbourne drie maal groter dan New York. Maar door de vele parken eromheen en de Yarra rivier die door de binnenstad heen stroomt, krijg je het niet gauw benauwd. We overnachten op een camping net buiten het centrum.
 
Ten zuiden van Geelong, in Torquay, begint de Great Ocean Road. Een van 's werelds mooiste autoroutes. De 200 km lange kustweg is aangelegd ter ere van de slachttoffers van de eerste wereldoorlog. We hadden er op gerekend dat het erg druk zou zijn op deze weg maar dat valt reuze mee. Misschien omdat het bewolkt is, maar naar horen zeggen is het hier meestal bewolkt. Bij Lorne bezoeken we het Lorne Forrest Park waar de Erskine Falls zijn. Om deze te mogen aanschouwen moeten we wel een trap met 300 treden afdalen. Het is de moeite waard.
55 km verder over de Great Ocean Road ligt het Otway N.P. Mede omdat de campings erg duur zijn en we dus liever een plekje in het wild opzoeken, slaan we linksaf het park in. Het wordt een onrustige nacht in het vochtige rainforest met veel dierengeluiden waaronder het geknor van everzwijnen. De volgende ochtend vervolgen we het pad waar we gister ingeslagen waren. Het pad, dat eigenlijk maar uit twee bandensporen bestaat, wordt steeds smaller en uiteindelijk is het alleen nog maar een spoor door het drassige regenwoud. Grote boomstammen versperren onze doorgang waardoor we de bagage af moeten laden en een voor een over de boomstammen heen tillen. Het stikt er van de mineskuul kleine vliegjes. Fietsen gaat niet meer omdat we steeds vast blijven zitten in de bagger. Bij de remmen vormen zich klonten bagger die we met een stokje weg peuteren. Gelukkig bereiken we na enige tijd weer een pad en uiteindelijk komen we uit bij Cape Otway; een oude vuurtoren. Het stormt op een verschikkelijke manier maar wij zitten hier droog. Als we even later weer verder fietsen, ligt er een dikke boom dwars over de weg. Deze is net omgevallen. De auto's kunnen niet verder en moeten wachten tot de werklui de boom aan stukken hebben gezaagd en verwijderd hebben. Wij tillen gewoon de fiets eroverheen en zwaaien vriendelijk gedag.


Voorbij Princeton liggen de hoogtepunten van de Great Ocean Road. The twelve Apostles, Loch Ard Gorge, de Blow Hole, de Sentinel Rock, de London Bridge, the Arch en the Grotto. Het is geweldig! Er zijn hier overigens veel schepen gestrand in de 19-de eeuw. Er zijn hier een hoop touristen die deze wereldwonderen op de foto vastleggen. Maar ook wij trekken de nodige aandacht en moeten even lachen voor de camera.
 
In Warnambool verlaten we de kustweg en fietsen naar de Grampians N.P. Het landschap is erg plat en droog en de temperatuur is inmiddels richting de 40 graden gestegen. Michael is door zijn water heen en ik geef hem wat van mij. De afstanden tussen de plaatsjes worden steeds groter en we moeten vanaf nu echt opletten dat we genoeg water en eten bij ons hebben.
We zien de ruige bergen van de Grampians al van verre liggen. De Grampians zijn een reeks bergen aan het einde van de Great Dividing Range. Opvallend is dat de hellingen aan de oostkant veel steiler zijn dan die aan de westkant. In Dunkeld worden we uitgenodigd voor een barbeque. Barbequen is een van de populairste bezigheden van de Australiers. In elk parkje of rest-area staat dan ook een barbeque waar je voor $0,20 naar hartelust kan bakken en braden. We volgen de weg van Dunkeld naar Halls Gap en kiezen dan voor een gravelroad richting Horsham. Op een campground slaan we de tent op en maken een fikse wandeling naar de top van Mount Difficult. We genieten van de zonsondergang. Iets te lang want het wordt al snel donker. Dat is niet zo slim van ons. Het wordt een helse afdaling in het donker. We raken al gauw van het, toch al slecht onderhouden, pad af en met vallen en opstaan proberen we beneden te geraken. We glijden van steile rotsen af, komen vast te zitten in de drassige bodem en zoeken een weg door het dichtbegroeide woud wat overigens volzit met slangen en andere reptielen waarvan ik de naam niet weet, en ook eigenlijk niet wil weten. Met schrammen en kleerscheuren bereiken we uiteindelijk toch de campsite. Vandaar dus die naam; Mount Difficult. De afdaling is zo "difficult", vooral wanneer het donker is.



Als we we op weg zijn naar het Little Dessert N.P., zien we een groep emoes voor ons uit rennen. Dit is zo'n fantastisch gezicht. Vanaf de oostkant rijden we het National Park in. Het zandpad wordt steeds slechter befietsbaar. Dit is niet het goede pad. Op een gegeven moment volgen we alleen nog maar twee wielsporen en moeten regelmatig over een hek klimmen. Uiteindelijk bereiken we een breder pad die ons naar de hoofdweg brengt.
De Little Dessert bestaat voornamelijk uit zandgrond en is begroeid met kleine planten en struiken. De bruine, lange stengels van de gras-trees, ook wel Kangaroo-Tails genoemd, steken hoog boven de bush uit. In Nhill vragen we aan de ranger of dat het Murrayville Track begaanbaar is voor fietsen. Hij zegt ons dat het lastig is maar met een mountainbike moet het mogelijk zijn. Wanneer hij onze zwaarbeladen fietsen ziet staan, schiet hij in de lach. "Are these your bikes? No, that's impossible. You must be crazy when you take that road!". Hij wijst ons een andere route over een asfaltweg maar deze lijkt ons niet zo interessant. We hebben dit echter al vaker gehoord maar zo gek zijn we toch niet want we hebben tot nu toe alles goed doorstaan. De Track ligt tussen het Wyperfield N.P. en Big Desert Wilderness Park. Het is inderdaat niet gemakkelijk. Soms is er een paar 100 meter diep zand. Het is een hele klus om de zware fiets vooruit te duwen.
Langs de weg staat een grote windmolen die grondwater omhoog pompt voor het vee. Michael zit al meteen wat te rommelen in een put en evenlater spuit er een enorme straal water 25 meter de lucht in. Koud water. Hier vinden wij wat verkoeling want het is erg heet. Het water is overigens niet drinkbaar. Het smaakt erg zout.
 
We fietsen over de Mallee Highway naar Murray Bridge waar we vervolgens de afslag richting Cape Jervis nemen. De Murray River die we passeren is overigens de grootste waterweg van Australie. Deze ontspringt in Queensland en via New South Wales bereikt hij de Southern Oceaan in het Noord Oosterlijkste puntje van Victoria. We rijden door Deep Creek Central Park waar we enorme grote kangoeroes zien; the Grey Kangaroo. Ook wanneer we met de schemering bij ons tentje op de campsite zitten zien we tientallen kangoeroes rondspringen. In Cape Jervis stappen we op de boot die ons naar Kangaroo Island brengt. De overtocht is heftig door de harde wind op zee. De boot wordt meters hoog opgetild en vervolgens duikt deze met de punt steil naar beneden de diepte in. Om me heen zie ik kotsende en angstige mensen. Ikzelf vind het ook niet echt leuk meer maar ik maak me ook zorgen om de fietsen die in de laadruimte staan. Michael heeft echter de grootste lol. Hij is bij de fietsen wezen kijken en deze blijken met touwen vastgezet te zijn. De overtocht duurt 50 minuten.


 
Kangaroo Island heeft een populatie van 4000. Het is Australies derde grootste eiland (4500 km2) na Tasmania en Melville Island, en bevat 21 nationale en locale parken. Het eiland is 145 km lang en de breedte varieert van 900 m tot 57 km. Wat ons opvalt, wanneer we van Penneshaw naar Kingscote rijden, is weer die overheersende, vieze geur die er hangt. Dit is de afkomstig van de vele dode kangoeroes langs de weg.
We rijden over de North Coast Road naar de andere kant van het eiland. De onverharde weg loopt over de heuvels vlak langs de kustlijn. Het is en mooie route door het Eucalypthus bos. Het schijnt dat hier ook veel koala's zitten maar helaas zien wij er geen een. In het westen van Kangaroo Island ligt Flinders Chase N.P. Het park beslaat 17% van het eiland met 73.841 ha en bestaat voornamelijk uit wildernis en laag struikgewas. In het zuiden aan de kust, op het strand bij Seal Bay, zien we de grootste Australische kolonie zeehonden en zeeleeuwen beneden op de rotsen liggen. De zogenaamde New Zealand Fur Seals. Dit soort zeehond leeft alleen hier in Australie. Er wonen in totaal 20.000 zeehonden en ieder jaar komen er meer bij. In deze omgeving zijn ook de Remarkable Rocks. Deze vreemde rotsformaties zijn het werk van 750 miljoen jaren erosie door ijs, wind en water.
We overnachten op de campground "Snake Lagoon" waar we 's nachts geterroriseerd worden door nieuwsgierige possums. Ze komen op ons eten af. Ik schijn met de zaklamp en zie de kop van een possum onder het tentdoek doorkomen. Het lijkt net een Gremling. We moeten alles in de binnentent bewaren en de ritsen goed dicht houden.
Via de South Coast Road fietsen we terug naar het oosten. We zien goanna's van 1 meter lang en stekelvarkens, die als een bal ineen duiken wanneer we voorbij rijden. We bezoeken de honey-farm. Op het eiland leeft maar een soort bij: de Ligurian Bee. Deze is ooit geintroduseerd en houdt zich goed in stand. De vrij grote bij produceert heerlijke honing. Ook het zelfgemaakte honingijs is verrukkelijk.



We zijn weer op het "vaste land". De terugtocht met de boot verliep nu gelukkig wat rustiger. Via de Fleurieu Drive, die door een wijngebied ligt, bereiken we Adelaide. We zijn nu zes weken onderweg en hebben inmiddels bijna 3600 km op de teller staan. In de stad Adelaide, rijk aan restaurants en parken, blijven we een kleine week om wat dingen te regelen. Zo moeten we beiden de bottum-bracket van de fiets laten vervangen. Hier zit namelijk flink wat speling in. Ze waren niet van de beste kwaliteit. We kopen meteen reserve banden, we laten de fotorolletjes ontwikkelen en doen ons tegoed aan het vele lekkers wat we nu nog kunnen krijgen. We brengen de tijd verder door met het bezoeken van de chocoladefabriek, het South Australia Museum, Cinatown (waar je ook heerlijk en goedkoop kunt eten) en de Botanic Gardens.

Met de wind in de rug fietsen we verder naar Port Augusta. Het landschap wordt droger, kaler en minder bevolkt. Bij het naderen van deze "Crossroads of Australia" passeren we een Pink-lake. De opvallend roze kleur wordt veroorzaakt door een algensoort in het zoute water. In Port Augusta hebben we de eerste ontmoetingen met Aborigonals. Ze hangen rond in de straten en maken ruzie onderling. Veel aboriginals leven op straat. 
Vanaf Port Augusta moeten we de zee een tijdje missen. We zullen namelijk naar het noorden gaan en door de hete, kale, verlaten outback fietsen tot aan Darwin. Port Augusta zal dus ook de laatste stad van enige betekenis zijn tot aan Alice Springs, wat zo'n 2200 km verder ligt. De Stuart Highway willen we zo lang mogelijk vermijden dus kiezen we ervoor om door Centraal Flinders Ranges N.P. te rijden. Zodra we iets het binnenland ingaan, bevinden we ons in een omgeving waar niets groeit. Grote Adelaars zweven hoog in de lucht rond, zoekend naar een prooi. Onderweg passeren we de typisch Australische dorpjes Quarn en Hawker. In deze dorpen worden regelmatig filmopnames gemaakt.
Na een 100-tal kilometers door het vlakke, kale landschap te hebben gefietst, doemt er plots een gebergte op, de Flinders Ranges. Naar mijn mening is dit is een van de mooiste parken van Australie. Dit gebergte is 400 miljoen jaar geleden ontstaan, toen Antartica zich van Australie loswrikte. Het zijn de oudste bergen op de wereld. Op de camping in Wilpena staan opvallend veel nederlanders. Vanaf hier lopen verschillende wandelroutes. We wandelen naar de top van Mount Ohlssen(950m) en hebben een schitterend uitzicht op Wilpena Pound. Deze bijna cirkelvormige rotsformatie is waarschijnlijk 60 miljoen jaar geleden gevormd. De omvang is enorm; 6 km breed en 16 km lang. Het ziet er bizar uit. Het zal me niks verbazen als er nu een Brontosaurus tevoorschijn zou komen.
We fietsen over de gravelroad dwars door het park naar het noorden. De zonsopgangen zijn erg indrukwekkend. Het veranderende licht geeft de bergen allerlei tinten blauw, roze, goud en geel voordat ze hun normale kleur van de dag aannemen. In Parachilna, dat uit slechts een restaurant bestaat, schieten we het asfalt op. Dit voor 100 km want in Lyndhurst begint voor ons het zwaarste maar tevens indrukwekkendste traject, het Oodnadatta Track.



Het Oodnadatta Track is een van de meest gevreesde 4-wheel-drive tracks. Bekend om het ruige pad, de hitte en de verlatenheid. Het begint in Marree en eindigt in Marla en is 619 km lang. Wij zullen in William Creek afslaan naar Coober Pedy. Maar ondanks dat zal het toch ruim 450 km gravelen worden, dwars door de onbewoonde, hete outback. In Lyndhurst slaan we ieder ruim 15 liter water in. Inclusief al het eten wat we mee moeten nemen, zijn de fietsen bijna 25 kilo zwaarder beladen. Na een bezoekje aan Talc-Alf, een beeldhouder die in een zelfgebouwde hut van golfplaten woont en uren kan vertellen over zijn ideeen over het ontstaan van het alfabet, rijden we de rode gravel op. De weg is vrij breed, het uitzicht is oneindig. We komen niks of niemand tegen. De zon staat recht boven ons en een plekje om te schuilen voor de hitte is er niet. 35 km voorbij Marree passeren we het dog-fence. Dit 'man-made' prikkeldraadhek is met 9600 km, het langste van de wereld. Het is aangelegd om de schapen in het zuiden te beschermen tegen de dingo's in het noorden.
Een stuk verder ligt het Lake Eyre N.P. Het Lake Eyre is met 8000 km2 de grootste zoutpan ter wereld. Tevens is het het laagste punt van Australie namelijk 15 meter beneden zeeniveau. Het is een inmens grote zoutvlakte nu in de zomer. Het gehele jaar staat er wel water in maar dit is alleen op het diepste punt in het midden van het meer. Het meer wordt gevoed door verschillende rivieren die hierop uitkomen. De vlakte is bedekt met een laagje zout. We lopen een stuk richting oneindig. De ondergrond wordt steeds drassiger en op een gegeven moment staan we tot onze enkels in de blubber. Blubber die we heel moeilijk van onze voeten afkrijgen en zeker wanneer je geen water mag verspillen. Liever vieze voeten dan verdorsten. We zetten de tent aan de rand van Lake Eyre en mogen genieten van een schitterende zonsondergang.



Vlak voor William Creek breekt er een spaak in mijn achterwiel. Meteen zit er een flinke slag in en het wiel loopt vast tegen de remblokken. Geen fietsenmaker in de buurt maar er is wel een werkplaats bij het hotelletje/cafe waar ik wat gereedschap mag gebruiken. Het lukt me met behulp van een bankschoef ,waterpomptang en mijn cassetteafnemer (heel verstandig om deze mee te nemen) de cassette los te krijgen.
We hebben geen reserve spaken bij ons dus zet ik een spaak uit het voorwiel in mijn achterwiel. Zo kan ik voorlopig even verder rijden.
William Creek heeft slechts 2 inwoners. Het enige cafe in 'town' hangt vol met foto's, visitekaartjes en papiergeld van mensen die hier gepasseerd zijn. We doen 5 dagen over het graveltraject en dan bereiken we eindelijk Coober Pedy. Op dat moment is het er 45 graden. Heet en bezweet, hongerig en uitgedroogd ploffen we neer in de underground camping en blijven hier twee dagen om bij te komen. De eigenaar biedt ons een glas ijskoud water aan. Ah, wat is dat heerlijk.
Coober Pedy, bekend om z'n opaal, is een stadje midden in een soort van maanlandschap veroorzaakt door de droogte, de hitte en de mijnwerkersbezigheden. In een straal van 50 km zie je overal de zandhoopjes, grote machines en de stof die de machines uitblazen wanneer ze diepe gaten in de harde bodem boren. De helft van de 3500 inwoners woont onder de grond. 80 % van de totale opaal voorraad in de wereld is hier gevonden. Het is een stad zonder groen maar voor ons een moment van afleiding. Ik ga een middag op expeditie met de Radeka's Dessert Breakaways Tour en ontdekt de bijzonderheden van Coober Pedy. Ook doe ik nog een poging mijn geluk te vinden in het 'Opal Noodling' maar dat is niet voor mij weggelegd.
 


We fietsen hiervandaan voor het eerst de Stuart Highway op. Deze weg is pas in 1987 geasfalteerd. Voorheen was het een gravelroad. Van Port Augusta tot Darwin is het 2713 km lang. Het is erg rustig op de weg. Alleen dendert er af en toe een roadtrain voorbij. Sommigen hebben wel vier aanhangers. Op zo'n moment moet je je stuur stevig vasthouden anders wordt je meegezogen. In Erlunda slaan we linksaf naar Ayers Rock. Wanneer we op de kruising bij een roadhouse wat rusten, stopt er een grote tourbus met o.a. Nederlanders erin. Al snel vormt er zich een kring van geinteresseerden en verontwaardigden om ons heen. Ze vuren vragen op ons af en de nodige foto's worden genomen.

De Ayers Rock is de grootste monoliet ter wereld. Deze enkele, kolossale, rode, zandstenen rots steekt 340 meter boven de grond uit en heeft een omtrek van 9,4 km. Dit 'steentje' is 600 miljoen jaar oud. Helaas is dit, en de nabij liggende Olga's, een van de meest bezochte toeristen attractie. In de loop van de tijd is er een groot, modern resort aangelegd en moet je een vette entreeprijs betalen om dit natuurwonder te mogen zien. Tot onze verbazing gaat het regenen, 4 dagen lang en dat terwijl het hier bijna nooit regent. Op de top van de monoliet hangt een dikke mistwolk.Er stromen watervallen naar beneden van de steile wanden, wat het toch ook wel heel uniek maakt.



We fietsen een 150 km terug over dezelfde weg en slaan af naar Kings Canyon. Nu is het prachtig weer. Dwars over de weg loopt een lange sliert van rupsen. Grijs/bruine harige rupsen. Ze huisvestigen zich in een boom en vreten deze tot de grond kapot. Het is een plaag. Raak ze vooral niet aan want de haardjes veroorzaken een paar dagen onwijze jeuk en een branderig gevoel. Michael kan dit bevestigen.
Aan het eind van de dag hangt er plots een dreigende, donkere wolk boven onze hoofden. Niet snel daarna barst de bui los. We kunnen nog net beschutting vinden op een camelfarm. Een kwartier later is het weer droog. Op sommige plekken staat de weg blank. Met een vaart rijden we door de plassen. Ook 's avonds spookt het nog behoorlijk. Vanuit ons tentje mogen we het spel van donder en bliksem aanschouwen.

Kings Canyon is een onderdeel van de George Gill Range.De ravijnwanden zijn hier zo'n 100 meter hoog en strekken zich uit over een lengte van bijna 2 km. In de Garden of Eden, een waterbron beneden in het ravijn, koelen we af in het koude water. Het is een paradijsje met al die varens en palmbomen eromheen. Na het bezoek aan de fascinerende Kings Canyon rijden we via Mereenie Loop Road door het aborigonal land naar de Mc Donnel Ranges. Voor dit gebied heb je een toegangspas nodig. De ranger weigerd ons een pas te geven omdat de weg onbegaanbaar is vanwege de vele regenval. Maar we willen verder dus gaan we verder. Er liggen inderdaat grote plassen op de weg maar met de fiets kom je niet zo gauw vast te zitten. Dit is een van de mooiste stukjes outback. Vooral de lange, rechte, oneindige gravelweg voor me is geweldig.



De Mc Donnell Ranges zijn 400 km lang en tot 1500 m hoog. De bergen zijn een mengsel van graniet, kwartsiet, kalksteen, zandsteen en siltgesteente, die 2,2 miljard jaar geleden door de krachten van de aarde zijn opgeduwd, gekromd, uitgeknepen en opgevouwen. Een extreme verwering heeft in de loop van de tijd 2000 meter van de toppen geŽrodeerd. Voor vandaag willen we de campground bereiken maar aan het eind van de dag blijkt dat dit niet meer haalbaar is. De weg is slechter dan we hadden gedacht en het wordt al donker. Dan haalt een jeep ons in. De chauffeur blijkt een leraar te zijn en hij heeft twee studentes bij zich. Hij biedt ons een lift aan naar de campground. De fietsen worden ingeladen en met een beetje duwen en trekken passen wij er ook nog bij. Dan geeft John gas. En hoe! Met 80 km/uur razen we over de stenige weg met putten en gaten, een grote stofwolk achterlatend. De studente die op mijn schoot zit heeft het niet best, ik overigens ook niet. Ik ben blij als ik weer met beide voeten op de grond sta en mijn fietsje krijgt aangereikt.
De Mac Donnell Range kent verschillende waterholen waar je heerlijk kunt zwemmen tussen de hoge rotsformaties. In Glen Helen maken we een spectaculaire helicoptervlucht. Vanuit de lucht zie je perfect de plooiingen van het gebergte.

Alice Springs is voor ons een wereldstad als we daar na bijna een maand in de "dessert" aankomen. Eindelijk weer eens een supermarkt waar we dan ook forse inkopen doen. Vooral groente en fruit hadden we erg gemist. Er zijn maar liefst twee fietsenzaken en we kunnen dus nieuwe banden reservespaken kunnen kopen. Onze banden waren de laatste week zo versleten dat we ze met duktape hadden moeten ombinden. In de band van Mike zat zelfs een scheur.
We moeten verder over de Stuart Highway. Het is nog 1500 km naar Darwin. Het is de enige weg die naar het noorden gaat. Om de 100-150 km is er een roadhouse. We kunnen er onze bidons met water vullen en eten kopen en meestal mogen we er ook kamperen. We passeren Ti-Tree, Barrow Creek en Wycliffe Well. In de omgeving van dit laatste roadhouse worden regelmatig UFO verschijningen waargenomen. Helaas mogen wij hier geen getuigen van zijn. Een stukje verder bewonderen we de Devils Marbles, een groep gigantisch, grote, ronde keien die verspreid liggen in het vlakke land. Onder een afdakje op de parkeerplaats zoeken we beschutting tegen de hete zon. Er stopt een busje dat vol zit met japanners. De chauffeur duwt ons spontaan een ijskoude cola in de handen en rijdt vervolgens weer weg. We zien er zeker erg dorstig uit.
We rijden Tennant Creek binnen. Hier werd in 1930 voor het eerst goud gevonden. Je kan een bezoekje brengen aan een mijn maar verder is er weinig te beleven in het stadje. We houden hier wel een rustdag. Er is namelijk een zwembad en een koelkast op de camping. Aan het eind van de dag slaat het weer om. Plots steekt er een storm op. We vluchten de tent uit en schuilen onder het afdak van de campkitchen. Door de harde windstoten breken takken van de bomen. Er valt een grote tak vlak naast onze tent. De tent naast ons zakt als een plumppudding in elkaar. Die van ons blijft aardig overeind maar krijgt het hard te verduren. De wind rukt er flink aan maar ik had nog snel even wat scheerlijnen gespannen. In een uur tijd valt er zeker een halve meter water uit de lucht.



380 km verder naar het noorden over de Stuart Highway ligt Daily Waters. Hier staat de oudste pub van Australie. Michael ligt uitgebreidt in het zwembad wanneer ik daar aankom. Hij is een paar dagen geleden meegelift met twee jongens omdat hij ziek was. Ik ben met de fiets doorgereden en we hadden dus hier afgesproken. In het roadhouse 20 km voor Daily Waters werd mij al verteld dat ik Michael in het zwembad kon vinden. 's Avonds lopen er enorm grote padden over het terras. Deze zijn giftig.
Ik heb wat problemen met mijn bottum-bracket. Deze draait steeds naar buiten. Van een aardige man krijg ik een waterpomptang mee zodat ik de bracket om de 40 km terug kan draaien.
Mataranka, een stukje verder langs de Stuart Highway, is een oase in de oneindige dessert. Palmbomen en tropische planten rondom een natuurlijke, thermische pool. Vlak bij de camping is een grote grapefruit farm waar we ons tegoed doen aan de vitamientjes.
De volgende dag komen we in Katherine aan. Eindelijk weer eens een gezellige stad. We blijven hier een paar dagen. Op de camping voel ik me een miljonair wanneer ik op de ligstoel bij het tropische zwembad lig. We krijgen een lift van een belgisch stel naar Katherine Gorge. Vanaf een uitkijkpunt kijken we diep naar beneden waar de Katherine River door de kloof stroomt. In de rivier leven zoetwaterkrokodillen (freshies). Het is verschikkelijk warm en er heerst een hoge luchtvochtigheid. Echt een weertje om zeer weinig te doen.
 
100 km ten zuiden van Darwin ligt het Litchfield National Park. Deze tropische wildernis was tot 1985 een nauwelijks toegankelijk gebied. Het park heeft een paar prachtige watervallen waaronder de Wangi-, Florence- en de Tolmer Falls. Ze liggen niet zo ver van de weg dus we bewonderen ze allemaal. Bij de meeste watervallen kan je ook zwemmen en kamperen. Je vindt hier heel mooie campsites. Tenminste als je van 'Back to Basic' houd, want een warme doushe is er niet. In de rivieren leven echter zoutwaterkrokodillen (salties). Deze zijn erg gevaarlijk voor de mens. In het park staan ook de mooiste termietenheuvels van Noord-Australie. Deze bouwwerken van 'ant-shit' zijn soms wel 4 meter hoog.
Wanneer we twee dagen in Darwin zijn besluiten we het vliegtuig te nemen naar Cairns. In de eerste instantie zouden we dit traject met de fiets doen maar omdat Michael een beetje ziek is van de Outback (letterlijk en figuurlijk) haken we hiervan af. Het zou een tocht van 1500 km gravel zijn zonder enige voorzieningen onderweg.




In Cairns verblijven we bij een jeugdvriend van mijn vader. Hij heeft tijdens zijn diensttijd in New Guinea gezeten en is daarna naar Australie geŽmigreerd. Hij woont nu al 27 jaar in een stacaravan en is dus echt een buitenmens. Cairns is een toeristenstad. Er zijn veel souvenierwinkeltjes en overal worden dag- en weektouren aangeboden. Ze trekken je bijna de winkel in en hopen dat je een duikcursus of boottocht bij ze boekt. Wij laten ons verleiden en boeken een 3-daagse tour naar Cape Tribulation. Dit is de plek waar het regenwoud tot aan zee rijkt. Onderweg krijgen we een rondleiding van een aborigonal die ons verteld over de geneeskrachtige werking van bepaalde plantensoorten. We overnachten twee dagen op een Rambutan-farm. Rambutans zijn een soort lichi's maar dan veel lekkerder. We maken een boottocht over de Daintree River en zien voor het eerst krokodillen in het wild.
Over de Bruce Highway fietsen we vlak langs de kust naar het zuiden. Voorbij Innisfail bezoeken we een krokodillenfarm. Ze hebben er 1500 krokodillen die voornamelijk gekweekt worden voor het leer. We krijgen een interessante rondleiding en na afloop eten we een krokodil-sateetje. Het smaakt apart. We mogen een levensechte krokodil en slang vasthouden.
 
In het gebied tussen Cairns en Brisbane wordt veel sugarcane verbouwd. Destijds hebben de Engelsen vele bossen omgekapt en platgebrand om meer bouwgrond voor deze bron van inkomsten te verkrijgen. De sugarcane plantages maakt het landschap erg saai en eentonig. In Carrdwell komen we warempel de fietsende Duitser weer tegen die we in de Snowy Mountains, vijf maanden geleden, hadden ontmoet. Wat is Australie toch klein!?
Het Great Barrier Reef, dat van Cape York tot aan Bundaberg loopt, is een van 's werelds grootste wonderen. Dit rif bestaat uit de meest kleurijke en bijzondere planten en dieren. Het is 2300 km lang. Op Fraser Island hadden we al wat van gezien tijdens het snorkelen maar om de onderwaterwereld nog beter te leren kennen, volgen we een duikcursus op Magnetic Island. Na de tweede duik in zee is het avontuur voor mij helaas over. Mijn trommelvlies in mijn linkeroor is gescheurd en daarbij gaat het ook nog eens flink ontsteken. De komende weken heb ik er nog een hoop ellende van. Ik ben half doof, heb evenwichtsstornis en voel me suf. Na een aantal dokterbezoekjes en twee weken lang antibiotica-capsules slikken, knap ik weer wat op. Micheil heeft wel zijn duikcertificaat gehaald.

 


Verder naar het zuiden over de Bruce Highway. Er staat een harde zuiderwind, vanaf Cairns vechten we al tegen dit natuurgeweld. Vooral op de open vlaktes is er bijna niet tegenin te komen. In Airley Beach komen we weer op adem. Het is een gezellig plaatsje aan de azuurblauwe zee. Hier liggen de Withsunday Islands; een collectie van 74 eilanden vlak bij de kust. Micheil besluit om de bus te nemen naar Bundaberg omdat hij erg moe is van de wind. Ik fiets dus twee weekjes alleen. Dit stuk van de route is het meest eentonige omdat er erg weinig plaatsjes zijn en er weinig te beleven is. Een paar dagen lang zie ik alleen maar sugarcane. In het kleine plaatje Malbourough stop ik bij de buurtsuper. Ik koop de laatste rol bisquitjes, cola en wat fruit. Er komt een man naar me toe die verteld over zijn vriend die ook fietst. Het is een beetje vaag allemaal. De vrouw van de buurtsuper waarschuwt me dat ze de man niet vertrouwt. Een paar kilometer verder, als ik stilsta om een vliegje uit mijn oog te halen, stopt de de man in zijn azuurblauwe Ford stationwagen. Hij bied me zijn bril aan en water. 10 kilometer verder haalt hij me weer in en staat me op te wachten langs de kant van de weg. Weer met een smoesje. Wanneer hij me 10 kilometer verder bijna de kant in duwt waardoor ik dus moet stoppen, raak ik erg geirriteerd. Stel dat die vent kwaad wil doen. Wat kan ik doen? Ik stop mijn zwitsers zakmes in mijn sok. Ik schrijf een soort briefje waarin ik om hulp vraag en vermeld zijn kenteken en naam. Met de gedachte dat ik dit ergens kan achterlaten mocht mij iets overkomen.
Hij passeerd mij nog een keer en blijft even naast me rijden. Dan rijdt hij door. 

Voorbij Rockhampton neem ik een zijweg. Met de gedachte aan die man, is het misschien verstandiger om niet op de doorgaande weg te blijven. Grote kans dat ik hem dan weer tegenkom. Ik moet wel even klimmen naar Mount Morgan. Het landschap is even wat interessanter maar als ik eenmaal de bergrug over ben, zie ik weer de vlakke landbouwvelden voor me. Niet ver van Bundaberg vandaan zijn de Mystery Craters. Op een oppervlakte van 200 meter zitten er in de grond merkwaardige craters met een doorsnee van 1 meter tot 4 meter. Niemand weet tot op heden hoe dit is ontstaan. Een zaak voor "The X-files"
In Bundaberg, de stad van de bekende Bundaberg Rum, tref ik mijn broer weer. Er verblijven veel backpackers op de camping die hopen een baantje te vinden in de Fruit-picking. Via Childers fietsen we naar Hervey Bay. Op het mooie strand lopen grote pelicanen en wanneer we met de boot naar Fraser Island gaan, zien we dolfijnen. Op Fraser Island gaan we 5 dagen te voet rondtrekken. Fraser Island is het grootste zandeiland van de wereld. Jaarlijks komen er 350.000 bezoekers. De meesten maken een tour met een 4-wheel-drive omdat er alleen zandwegen zijn. Op het eiland zijn een aantal zoetwatermeren. Het water is extreem helder en blauw, het zand is oogverblindend wit en de natuur is heel bijzonder. Er zijn een aantal simpele campgrounds. Dit eiland is de enige plek in Australie waar de dingo raszuiver is. In de rest van Australie heeft de Dingo zich gekruist met honden. Er wordt nadrukkelijk gewaarschuwd de dingo's niet te voeren omdat ze in staat zijn mensen aan te vallen. Op het strand kruipen duizenden krabbetjes; Wenkkrabben. Ze hebben een opvallende blauwe kleur en een bolvormig lijf. Het lijken net knikkers.




We wijken van de Bruce Highway af omdat het wat drukker wordt bij het naderen van Brisbane. In Beerburum bezoeken we de Australian Zoo die gerund wordt door de Crocodile Man; Steve Erwin (bekend van TV). Het is een mooie Zoo maar we hadden wat meer verwacht van de spectaculaire crocodile-attack-show. Dit stelde weinig voor. Nee, wat dat betrefd was de croc-show in Hardley Creek Croc Farm veel spectaculairder.
Brisbane is een moderne stad met een hele mooie skyline. Tot 's avonds laat is het druk in de winkelstraten. Het is een stad waar veel te zien is. Het Australia Museum, het casino, Chinatown, the Botanic Garden en de promenade langs de Bribane River. Ook de grote State Libary is een bezoekje waard. Via de Pasific Highway rijden we door het vlakke landschap naar Surfers Paradise. Hier begint de Gold Coast. Mooie stranden, kolossale nightclubs en plenty accommodatie over een lengte van 90 km langs de kust. De zee is hier ongelooflijk blauw. In Surfers Paradise staan de hoge torengebouwen bijna tot aan het strand. Ondanks dat dit een van de populairste vakantiebestemmingen is, hou ik van dit plaatsje.

We fietsen een stukje het binnenland in, de Mount Warning tegemoet die je vanaf de Pasific Highway al zag liggen. De vulcanische berg achter de Tweed River en de wuivende rietvelden. 's Middags beginnen we aan de pittige klim naar de top op 1157 meter. We moeten flink doorstappen want er stond een waarschuwing om na 12.00am niet meer aan de tocht te beginnen i.v.m. de vroege zonsondergang. Voor deze wandeltocht staat namelijk 5 tot 6 uur. Hoe hoger we komen, hoe ruiger het pad wordt en de laatste 200 meter moeten we ons omhoog trekken langs een kabel tegen de bijna loodrechte rotswand. Op de top hebben we een prachtig wijds uitzicht. We zien zelfs de zee. De klim duurde 2 uur, de afdaling 1,5 uur. Met onze conditie is niets mis!
De route naar Grafton loopt door de bergen van de Richmond Ranges en langs kleine boerendorpjes. Dit is toch wel een van de mooiste stukjes van Australie. Het enige dorp wat hier niet thuis hoort is Nimbin. In dit dorp met 700 inw., vond in 1973 het Aquarius festival plaats, de Australische versie van Woodstock. Sindsdien is het de hippie en drugs capital en wordt veel bezocht door studenten en backpackers. Nimbin wordt ook wel "Amsterdam between the Mountains" genoemd. Wanneer we het dorp inrijden snuiven we de lucht van hash op en worden ons "cookies" en joints opgedrongen. Niemand kijkt normaal uit z'n ogen. Ze zweven rond in een andere wereld wat wij op het moment eigenlijk ook doen.



Vanaf Grafton willen we in de eerste instantie naar Armidale fietsen maar het weer wordt steeds slechter en omdat we klimmen naar 1200 meter, worden de nachten steeds kouder. 's Ochtends valt er zelfs wat sneeuw en dit doet ons besluiten terug te gaan naar de kust. Tijdens de lange afdaling knijpen we hard in de remmen en komen tot stilstand bij het Dorrigo N.P. Vanaf de Skyline, een steiger boven het bos, kijken we uit over het indrukwekkende regenwoud. Terug aan de kust is de temperatuur iets aangenamer. Ondanks dat het nu winter is, stijgt het kwik overdag toch nog naar de 25 graden. We blijven op de kust weg tot aan Tarree. In het Booti Booti N.P. kamperen we op het strand.
Het is drie dagen fietsen naar Myall Lakes N.P. Het is een van de populairste parken van deze staat. In de zomer krioelt het er van de mensen op het strand. Nu zijn de parelwitte stranden helemaal leeg. We fietsen over een oude mine-road dwars door het park. Deze weg is al 20 jaar niet onderhouden en ik benoem het tot de slechtse gravelroad van heel Australie. Hobbelend over de grote kiezels en wadend door de diepe modderplassen bereiken we Tea Garden. I.v.m. de sterke zuiderwind vaart de pont niet uit naar Nelson Bay dus zijn we verplicht om te rijden.
Newcastle is ons eindpunt voor deze reis. De laatste 160 km naar Sydney nemen we de trein. Zo voorkomen we de stress en ergenis als je met de fiets de grote stad in moet.We blijven nog een week in Sydney om souveniers te kopen en wat uit te rusten. Ook gaan we een dag naar de Blue Mountains om de Three Sisters te ontmoeten. 7 maanden geleden heeft hier een flinke bosbrand gewoed. Dit begon toen wij net een week onderweg waren. De bossen herstellen zich snel. Het ziet nog wel een beetje zwart maar het groen begint ook al weer te komen.
Op maandag 8 juli stappen we 's avonds weer in het vliegtuig. Over 36 uur zijn we in Nederland en zullen weldra het "normale" leven moeten oppakken.